Biografische Herinneringen
Terugkijkend over alle jaren, wil ik graag de meest in het oog springende punten aanhalen die volgens mij noemenswaardig zijn zoals ik mij die kan herinneren.

Mijn herinneringen gaan terug naar die verschrikkelijke Tweede Wereldoorlogsjaren die onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift staan ookal is het zo lang geleden. Ik ben op 9 augustus 1937 in Rotterdam uit Tsjechisch-Nederlandse ouders geboren. Tijdens mijn eerste jaren als musicus en violist speelde ik terwijl de bommen letterlijk rondom ons heenvielen. Het was onmogelijk om met vriendjes buiten te spelen en daarom concentreerde ik mij op het vioolspel dat al sinds mijn jongste jaren mijn beste maatje was. Ik kreeg de grootste aanmoediging van mijn ouders. De toenmalige directeur van het Rotterdamse Muziekconservatorium noemde mij een wonderkind. Ik ben nu nog dolblij dat noch mijn ouders noch ik enige consequenties hebben geleden vanuit de buitenwereld.
Ik kan mij de eerste deelnames als solist en in kamermuziekvoorstellingen toen ik twaalf en dertien jaar oud was met Betty Pack, mijn kamermuzieklerares, nog goed herinneren; zij had een wonderbaarlijk warme persoonlijkheid en zij bleef een onvergetelijk heugelijke invloed op mijn muzikale leven houden. De meest frappante herinnering aan deze periode was om Max Bruch’s Eerste vioolconcert in de City Hall te spelen in het kader van de eeuwfeestfestiviteiten. Het kan best zijn dat ik toen nog een korte broek droeg.

Vanwege een meedogenloos aantal verhuizingen, gedurende de formatieve jaren van mijn leven, heb ik een groot aantal vioolleraren ‘afgewerkt’. Degeen die vooraan in mijn geheugen staat, is Joseph Spira. Dit was een bijzonder man en buitengewoon musicus. Ik koester hem in mijn herinnering.
De volgende en een van de meest memorabele episodes in mijn leven was mijn studententijd in Brussel aan het Koninklijk Muziekconservatorium. André Gertler, een fantastische en bijzondere Hongaarse violist en pedagoog en rivaal in Europa van Max Rostal bracht een aanzienlijke kentering in mijn muziekwereld. Hij hield je toekomst in de gaten tijdens het vioolspel, de kamermuziek en het orkestrepertoire in die prachtige hoofdstad. Hij was en is altijd een grote inspiratie in mijn leven gebleven.

Direct hierna viel ik min of meer met mijn neus in de boter met de tamelijk onverschrokken taak met de ‘promotie’ tot Concertmeester (leider) van het Nederlandse Philharmonisch Orkest (voorheen Amsterdams Philharmonisch Orkest). Hier werd ik werkelijk verwend doordat ik de grootste musici ter wereld ontmoette. Het was echt een fantastische tijd. Met een aantal schepte ik een langdurige hechte band. Om maar enkelen te noemen: David Oistrakh, Henryk Szering, Zino Francescatti, Gennady Rojdestvensky, Kurt Sanderling en nog veel meer. Ik voel me echt bevoorrecht.

Ook in dié tijd begeleidde ik een kamermuziekgroep onder de naam het “Amsterdamse Kern Ensemble”, dat tijdens haar 12-jarig bestaan meer dan 600 concerten in 22 landen opvoerde en opnamen maakte voor E.M.I., en een groot aantal eigentijdse stukken van componisten opdroeg en uitvoerde.
Naast mijn orkest en kamermuziek ontwikkelde mijn carrière zich ook in zowel recitals en solist met orkest.
Samen met mijn vrouw, Maria Kelemen, schreef ik een boek over de methodiek van het vioolspel onder de titel “Viooltechnniek – de natuurlijke wijze”.
Ik heb altijd sterk gevoeld dat ik andere verborgen talenten moest verkennen en als gevolg werd ik als hoofd van de snaarinstrumenten faculteit van de Universiteit van Kaapstad aangesteld. Terwijl mijn vrouw, Maria, een succesvolle Kodály muziekschool in die prachtige stad oprichtte. Het was vanwege Maria’s voorliefde voor de altviool dat ik mij begon in te zetten om de geheimen van dit wonderbaarlijke muziekinstrument en bijbehorend repertoire meester te worden. De volgende grote stap was onze verhuizing naar Dublin en we hebben nooit teruggekeken. Wij ondervonden er een hartelijk welkom.

In de eerste plaats was ik uitgenodigd met de aanstelling als professor in het DIT conservatorium voor Muziek en Toneel. Hier zette ik een programma in gang voor Ierse studenten om in buitenlandse conservatoria op te treden. Ik nam deel in een aantal comité’s en leidde het DIT Senioren orkest tijdens een zeer succesvolle periode. Bovendien blies ik nieuw leven in de ESTA (European String Teachers Association)/Ireland in 1989, hetgeen een onderschatte organisatie is die een goede invloed op Ierland uit kon oefenen op dezelfde wijze als het voor de meeste andere Europese landen heeft gedaan. Ik stichtte een zeer succesvol fonds op genaamd: “Music Instrument Fund of Ireland” (MIFI) en deze organisatie heeft ertoe bijgedragen dat tot op hede ongeveer 40 studenten zich als professionele musici hebben kunnen ontwikkelen.
Ik heb 44 studenten voor hun onderscheidingen in hun graad 8 examens voorbereid, om maar niet te spreken over de 62 eerste prijswinnaars bij het Feis Ceoil (Nationale muziekwedstrijden) en enkele successen geboekt met mijn ‘oude’ studenten zoals David O’Doherty, Catherine Leonard, Cliona Ryan, mijn dochter Gwendolyn, Gina Maria McGuinness, Ruth Gibson, Lynda O’Connor, om maar enkelen te noemen.
Dit alles in het spoor van de Young European String School voor muziek, een schitterend geesteskind van Maria, mijn vrouw, een school die zij sinds haar komst naar Dublin heeft opgebouwd. Een hele prestatie! En dan niet te vergeten het YES Kamerorkest dat inmiddels al een aardige nationale reputatie heeft opgebouwd gedurende de afgelopen jaren. Dit orkest bestaat uit de meer gevorderde studenten van de school en zij voeren alle stukken uit hun hoofd op.
In 2001 naam ik deel aan het door de YES georganiseerde internationale FORUM voor de toekomst van muziekonderwijs in Ierland in de Nationale Concertzaal in Dublin. Maria Kelemen had hier de centrale leiding. Zeven vertegenwoordigende muziekscholen uit EU-landen, waaronder de voorzitter van de Europse Muziekschool federatie, legden uit hoe zij per land het muziekonderwijs doceren. Dit was een zeer informatieve ervaring. Als gevolg werd de officiële Muziekschool Associatie in Ierland opgericht.
Een daarop volgend resultaat was de inauguratie van MEAG – de Music Education Action Group – die werd opgericht en uiteindelijk na een hoop hard werk een White Paper produceerde dat officieel aan de politici in de Dáil (het Ierse parlement) werd overhandigd. Het document bevat plannen hoe officiële muziekscholen met kwaliteitsgarantie in Ierland geopend zouden moeten worden.

Bovendien begeleid ik regelmatig workshops. Nummer 150 is net in de afgelopen dagen voltooid.
Ook nam ik deel aan de twaalfde Internationale Zomercursus die in Boedapest en Waterford (Ierland) georganiseerd werden. En bovendien participeerde ik in de zomercursussen in Schöntal, Duitsland en in Soesterberg in mijn vaderland. In Schöntal werd ik gevraagd om als jury deel te nemen in hun tiende jaarsviering van dat welbekende Internationale Vioolwedstrijd.
Echter, ondanks al deze werkzaamheden, is de viool nog steeds de trots van mijn leven. De viool brengt zoveel inspiratie in mijn leven op dagelijkse basis. Ik raak er altijd in goede stemming van en ik voel me bevoorrecht dat ik er een dienst me kan bewijzen.
Dublin,
15 februari 2008.